Winkelwagentje (0)
Je winkelwagentje is leeg
Ontdek snel jouw favorieten
Ontdek snel jouw favorieten
Het is februari.
De dagen worden langzaam langer, de agenda’s lopen weer vol, en toch voel je dat je nog niet aan staat en moe bent. Alsof je wel wilt opstarten, maar je lichaam iets anders lijkt te zeggen.
Dit komt niet door een gebrek aan motivatie, maar heeft te maken met je biologische klok.
Ons lichaam werkt volgens een biologische klok (het circadiane ritme). Deze interne timing regelt onder andere:
✧ je slaap en waakmomenten
✧ je energieniveau
✧ je hormoonhuishouding
✧ je concentratie en stemming
De belangrijkste externe prikkel voor deze klok is daglicht.
In de wintermaanden krijgen we structureel minder licht binnen. Dat heeft een meetbaar effect op hoe ons lichaam functioneert. Onderzoek laat zien dat seizoensveranderingen in daglengte invloed hebben op hormonen zoals melatonine (betrokken bij slaap en rust) en cortisol (betrokken bij alertheid en activatie).
Belangrijk detail:
zelfs wanneer de dagen in februari alweer langer worden, loopt het lichaam hier vaak weken op achter.
Verschillende studies naar seizoensgebonden lichtblootstelling en hormonen laat zien dat mensen in de winter:
✧ minder natuurlijk daglicht ontvangen
✧ langere melatonine-afgifte hebben (je slaap hormoon)
✧ minder snel schakelen naar de ‘actieve’ stand
Dit betekent dat je lichaam nog in een soort energiebesparingsmodus kan zitten, terwijl je hoofd alweer plannen maakt.
Dat verklaart waarom februari voor veel mensen voelt als een tussenfase:
niet meer diep winter, maar ook nog geen lente-energie.
Een uitgebreide wetenschappelijke review over de effecten van licht op het menselijk lichaam beschrijft hoe daglicht:
✧ de biologische klok synchroniseert
✧ melatonine onderdrukt in de ochtend
✧ alertheid en energie ondersteunt
✧ invloed heeft op slaapkwaliteit en stemming
Minder (of verkeerd getimed) licht kan dus leiden tot:
meer slaperigheid, minder energie en een trager gevoel: zonder dat er direct sprake is van een stoornis of probleem.
Dit is een normale, fysiologische reactie op maanden van weinig licht.
Vanuit evolutionair perspectief is dit logisch. De winter was altijd een periode van minder voedsel, minder licht en minder activiteit. Het lichaam leerde:
vertragen, energie sparen, naar binnen keren.
Die intelligentie zit nog steeds in ons systeem.
Het gevoel dat je in februari nog wilt cocoonen, is dus niet iets om te negeren of te “overwinnen”. Het is een signaal dat je lichaam nog bezig is met aanpassen.
Wetenschappelijk gezien ondersteun je je systeem in deze periode door:
✧ overdag zoveel mogelijk natuurlijk daglicht op te zoeken
✧ vaste slaap- en waaktijden aan te houden
✧ beweging rustig op te bouwen
✧ mentale overbelasting te beperken
Niet door jezelf te pushen, maar door mee te bewegen met het ritme van je lichaam.
Je hoeft jezelf niet te forceren om sneller te gaan dan waar je lichaam eigenlijk behoefte aan heeft.
Je lichaam volgt geen to-do-lijst, maar een natuurlijk ritme.
Wanneer je leert luisteren naar die subtiele signalen: vermoeidheid, behoefte aan rust, ontstaat er vanzelf weer ruimte voor energie.
Annual variation in daily light exposure and circadian change of melatonin and cortisol concentrations
(over seizoensverschillen in lichtblootstelling en hormonen)
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4952149/
Effects of light on human circadian rhythms, sleep and mood
(over hoe licht de biologische klok, slaap en energie beïnvloedt)
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6751071/